Posttraumatische stress-stoornis (PTSS)
Een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) is een angststoornis en kan komen na een oorlogservaring, een natuurramp, een vliegtuigongeluk, een terroristische aanslag, aanranding, verkrachting, beroving met geweld, of door het zien van mensen die ernstig gewond zijn of gedood

Symptomen
Tijdens de schokkende gebeurtenis of het trauma verliezen mensen bijna helemaal de controle. Ze raken de greep op hun dagelijkse leven kwijt en voelen zich vaak machteloos. Verder raakt hun leven enorm ontwricht. Ze raken het vertrouwen in zichzelf en andere mensen kwijt, de zekerheid van het bestaan en het idee van de eigen onkwetsbaarheid.
Zo n schokkende gebeurtenis kan het geestelijk en lichamelijk evenwicht ernstig verstoren.
Geest en lijf blijven als het ware rekening houden met gevaar dat er niet meer is: de angst blijft de hele tijd bestaan. Chronische stress, extra grote waakzaamheid en allerlei lichamelijke klachten zijn vaak het gevolg. Dit hindert mensen met PTSS op veel manieren in hun dagelijks leven. Er is een belangrijk verschil met andere psychische stoornissen. Ook daar spelen negatieve levensgebeurtenissen vaak een rol, maar een PTSS gaat altijd direct terug op een trauma. De PTSS verschilt ook van andere stoornissen omdat mensen niet het trauma zelf, maar de herinnering aan het trauma uit de weg willen gaan.

Mensen hebben een gebeurtenis meegemaakt met een dreigende of daadwerkelijke dood of ernstige verwonding. Zij, en eventueel andere betrokken, reageren met grote angst, hulpeloosheid of afschuw. Ze beleven deze traumatische gebeurtenis de hele tijd opnieuw op minstens 1 van de volgende manieren:

Ze krijgen terugkerende en onaangename herinneringen aan de gebeurtenis. Het zijn herinneringen die ze niet uit de weg kunnen gaan.
Ze dromen steeds weer akelig over de gebeurtenis.
Ze doen dingen of ze voelen zich alsof de gebeurtenis weer gebeurt.
Ze lijden psychisch intens als ze iets zien of horen dat hen herinnert aan de traumatische gebeurtenis.
Ze krijgen lichamelijke reacties als ze iets zien of horen dat hen herinnert aan de traumatische gebeurtenis.
Ze gaan dingen uit de weg die bij het trauma horen, of ze laten afgestompte reacties zien. Dan herkennen ze zich in minstens 3 van de volgende gevallen:

Ze willen gedachten, gevoelens en gesprekken uit de weg gaan die horen bij het trauma.
Ze willen activiteiten, plaatsen en mensen uit de weg gaan die hen herinneren aan het trauma.
Ze kunnen zich een belangrijk stuk van het trauma niet meer herinneren.
Ze hebben duidelijk minder zin om dingen te doen en hebben er geen belangstelling voor.
Ze hebben het gevoel niet meer bij anderen te horen.
Ze praten nauwelijks over hun gevoelens.
Ze hebben het gevoel een beperkte toekomst te hebben.
Ze zijn prikkelbaarder geworden na de traumatische gebeurtenis. Dan herkennen ze zich in minstens 2 van de volgende gevallen:

Ze hebben moeite met inslapen of doorslapen.
Ze zijn prikkelbaar, barsten af en toe in woede uit.
Ze kunnen zich moeilijk concentreren.
Ze zijn overdreven waakzaam.
Ze zijn schrikachtiger.
Ze hebben langer dan één maand last van bovenstaande verschijnselen.
Ze lijden behoorlijk door de PTSS en kunnen sociale dingen, het werk of andere belangrijke dingen niet meer goed doen.
 

Bron: www.trimbos.nl